Dit artikel legt iets bloot wat velen van ons al voelen: officiële statistieken zeggen één ding, maar de dagelijkse realiteit van boodschappen, energie en uitgaven voelt keer op keer krapper — en dat is vooral geen abstract probleem, maar iets wat gezinnen en alleenstaanden stress, vlees op tafel en sociale kansen kost. Gemiddelden verdoezelen dat bepaalde basisproducten en energiekosten sterk zijn gestegen en dat lagere inkomens daar relatief veel harder door worden geraakt. Dat mensen massaal overstappen op huismerken of minder biologisch kopen is geen persoonlijke tekortkoming maar een signaal: duurzame en gezonde keuzes zijn te duur gemaakt. Als progressief vind ik dat de overheid en toezichthouders niet mogen wegkijken achter nuance in statistieken. We hebben gerichte maatregelen nodig: indexatie van minima en uitkeringen, een eerlijkere loonontwikkeling voor de laagbetaalden, lagere btw of gerichte vouchers voor basisvoedsel en biologische opties, strengere handhaving tegen kartelgedrag in de supermarktsector en steun voor lokale voedselcoöperaties en schoolmaaltijden. Ook moeten we winstgevende bedrijven ter verantwoording roepen wanneer hun prijzen consumenten onnodig neerdrukken. Kortom: empathie voor mensen die bezuinigen, en politieke daadkracht om structurele ongelijkheid in koopkracht aan te pakken — want voelen dat alles duurder wordt is geen vergissing, het is een politieke keuze die we samen kunnen veranderen.