Even wat gedachten naar aanleiding van het #stikstofdebat: Als rasecht stadsmens was het voor mij op zijn zachtst gezegd nogal een cultuurschok toen ik in 1992 vanuit Haarlem naar refo-dorp Barneveld verhuisde om mijn onderwijsbaan op een grote scholengemeenschap voor mavo/havo/vwo in Alkmaar te verruilen voor eentje op een mbo voor dierverzorging, paardenhouderij en agrarisch onderwijs. Ik had als overtuigd links-stemmer een hoop vooroordelen over boeren en die leken gelijk eigenlijk alleen maar bevestigd te worden. De lessen Nederlands - “Daar komme we hier niet voor, meneer!”- waren bij vlagen een bezoeking tijdens de laatste uren van een lange schooldag in een afgeleefd noodlokaal op een sombere en druilerige novembernamiddag, waarbij de klas, bestaande uit voornamelijk knullen en een enkel vrouwelijk Schattenkeinder-achtig wezen wat zó uit de hel van Bint leek weggelopen, zich zo vér mogelijk bij mijn bureau vandaan achter in het lokaal verschanst had, ongegeneerd luidruchtig neus ophalend en scheten latend. Wanneer buiten een trekker of een ander landbouwvoertuig langsreed, vloog de schaars aanwezige aandacht ogenblikkelijk naar de ramen en werd uitgebreid het model en type van commentaar voorzien. Het was bikkelen en afzien, maar ook een kwestie van volhouden. Deze school werd vroeger, toen het nog uitsluitend een agrarische school was, ook wel de Winterschool genoemd, aangezien de boerenjongens buiten het winterseizoen hard nodig waren op de boerderij, om daar vanaf de aller vroegste ochtendschemering tot laat in de avond te bikkelen op het land of in de stallen. Tijden veranderen, inzichten ook, en ik kan nu wel stellen dat er niet veel bedrijfstakken zijn die zó met hun tijd en de daarbij horende nieuwste technieken zijn meegegaan, als het agrarisch onderwijs. Een boer is niet meer een domme kinkel in een blauwe overall die kauwend op een sprietje met een hooivork in een koeienvlaai staat te prikken. Tegenwoordig is een boer vaak een manager in een hightech miljoenenbedrijf die er voor moet zorgen dat wij in Nederland en ver daarbuiten onze dagelijkse prak op het bord krijgen, en daarbij ook nog eens rekening moet houden met een consument die steeds veeleisender wordt, die middels politici gaat brullen als die boer zich niet houdt aan de steeds groter worden berg van soms krankzinnige regels, bedacht door stedelijke ambtenaren in een totaal ander negen tot vijf-universum. Om aan al die voorwaarden te kunnen voldoen moet een boer dus enorm investeren, en zonder allerlei subsidies wordt dat steeds meer onbegonnen werk. Investeren met geld, maar ook investeren in tijd. Ik moet de eerste ambtenaar nog tegen komen die al om 4 uur ’s ochtends op zijn kantoor zit en pas om 12 uur ’s nachts naar huis gaat, en dat onder alle weersomstandigheden en in alle jaargetijden, ook als half Nederland er 3 weken tussenuit gaat om ergens in het zonnige zuiden te gaan bakken op het strand. Ik kan me dus goed voorstellen, nadat ik bijna dertig jaar op deze mbo in diverse functies heb gewerkt, en ik die boerenjongens een stuk beter heb leren kennen, dat de huidige agrariër nogal moedeloos wordt van het gemak waarmee lieden die echt nul verstand hebben van , en nul begrip hebben voor, allerlei nieuwe regels verzinnen om toch maar aan hun hoogstaande idealen aangaande klimaat en milieu te voldoen. Heel lang heb ik hetzelfde gedacht als de bedenkers van alle regels en restricties. Pas de laatste tien jaar zijn mijn ideeën gaan kantelen, en dat kantelen is de laatste 3 jaar in een stroomversnelling gekomen. Deels door me meer te verdiepen in de beweegredenen van iemand om boer te worden, waardoor inzichten veranderen, deels doordat ik nu in een toch wel stijf boerendorp woon ( ik zou nooit meer terug willen naar de stad ), maar ook door het steeds grotere bijna Noord-Koreaans aandoende fanatisme waarmee de huidige linkse partijen en hun aanhang in de vorm van de grote kranten en media op radio en tv hun heilige deug-graal aan ons opdringen, waarbij elk voorzichtig weerwoord je meteen het stempel van rechts-extremist oplevert. Zijn onze agrariërs dan allemaal zulke engelachtige wezens? Nee, natuurlijk niet. Er gaat nog steeds van alles mis. Er is dierenmishandeling, dierenleed, milieuvervuiling, er zijn rellen, er is lomp gedrag, ze laten bij vlagen nog steeds scheten en boeren achter in het klaslokaal. Maar ze doen wel hun best, ze proberen te overleven om ervoor te zorgen dat wij eten op ons bord hebben, en ze proberen daarbij het milieu zoveel mogelijk te ontzien. Ga er maar eens aanstaan. Ons land wordt voller en voller, onze kabinetten blijven het maar volproppen, iedereen wil lekker wonen , wil zich vol stoppen op een zomerse barbecue. Dan moet je dus keuzes maken. Alles biologisch en vegan is leuk en aardig, maar bij lange na niet genoeg en daarnaast veel te duur om iedereen tevreden te stellen. Aan ons consumptiepatroon hangt een prijs. En daarvoor moet een boer investeren in tijd en geld. Als wij onze aardbeitjes ook in de winter op tafel willen hebben, dat kan, maar het smaakt nergens meer naar. Maar geef die boer niet de schuld. De wansmaak wordt nog steeds veroorzaakt door onze deugende politici, die steeds meer het onmogelijke van ons eisen. De kruik gaat net zo lang te water tot hij barst. Op een gegeven moment – en dat komt razendsnel dichterbij-, barst die kruik. Dan zijn we nog véél verder van huis. #stikstof #agrarischonderwijs #boeren