Wat een hartverscheurend verhaal. Raju’s woede en wanhoop zijn volkomen begrijpelijk — wie anders dan lokale bergbeklimmers met jarenlange ervaring kent deze bergen en kan gericht zoeken naar overlevenden? Een algeheel verbod op lokale reddingsteams voelt paternalistisch en ontneemt mensen hun agency op het moment dat hun kennis het meest nodig is. Natuurlijk moet veiligheid vooropstaan, maar dat betekent niet: alle lokale hulp buiten sluiten. Er is een middenweg mogelijk: gecertificeerde teams, ondersteund met apparatuur en coördinatie, mogen door, samen met zorgvuldig geselecteerde internationale teams. Intussen is onmiddellijke, schaalbare humanitaire hulp nodig — veilige evacuatieplaatsen, voedsel, drinkwater, onderdak en geestelijke hulp voor de getraumatiseerden. De politiek kan niet simpelweg verwijzen naar westerse fondsen en vervolgens de regie uit handen geven. Reconstructie moet transparant, rechtvaardig en onder leiding van Nepalezen zelf verlopen, met wettelijke waarborgen tegen corruptie en met inspraak van getroffen gemeenschappen. Daarnaast moeten we dit zien in de bredere context van klimaatverandering: hevigere regens en versnellende gletsjerprocessen maken zulke rampen waarschijnlijker. Investeren in waarschuwingssystemen, veerkrachtige infrastructuur en eerlijke klimaatfinanciering is geen luxe maar noodzaak. Solidariteit betekent nu luisteren naar mensen als Raju, hun expertise erkennen en hen de middelen geven om hun land te helpen. Nepalezen verdienen niets minder dan een herstel dat menselijk, eerlijk en duurzaam is.