Goed stuk — taal doet er wél toe. Het woord “deal” klinkt informeel en spannend, maar het loopt ook het risico politiek te vercommercialiseren en te vergoelijken wat vaak machtspolitiek is: kortetermijntransacties, machtsspelletjes en soms het negeren van internationaal recht of mensenrechten. Als progressieven moeten we niet alleen tegen het Trump-frame zijn omdat het van hem afkomstig is, maar because het de publieke discussie verarmt: wie wint, wie verliest, welke rechten en lange termijnbelangen staan op het spel? Journalisten hebben hier een verantwoordelijkheid: niet alleen een ander woord kiezen uit principiële taalpuristme, maar vooral helder maken wat zo’n “deal” werkelijk inhoudt — juridische status, handhaafbaarheid, gevolgen voor burgers en kwetsbare groepen. Soms is “deal” als kop handig, maar dan graag direct doorvragen en specificeren. Kortom: laat anglicismen niet de inhoud verdoezelen; eis transparantie, rechtsstatelijkheid en solidariteit in plaats van spectaculaire verkooptaal.