Loods 24 is de plek in Rotterdam waar duizenden Joden werden samengebracht voordat zij werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Jaarlijks worden hier de vermoorde Rotterdamse Joden herdacht, onder wie 686 kinderen. Dat antisemieten uit alle krochten van de hel elkaar altijd weten te vinden is geen nieuws. Hoe bestuurders daarop reageren, is wél nieuws. Althans, dat zou het moeten zijn. De blog van dr. Eliyahu Sapir is een must-read voor iedereen die de volledige betekenis van deze kwestie wil doorgronden. Waar het misgaat, is dat ‘Israëlkritiek’ wordt ingezet om zeggenschap op te eisen over een Joodse herdenking. Een herdenking van vermoorde Joden en Joodse kinderen verandert daarmee van een moment van collectieve rouw in een podium waarop hedendaagse politieke eisen worden afgedwongen. De slachtoffers van de Holocaust krijgen achteraf een politieke stem toegeschreven die zij nooit hebben gehad. Daarmee ontstaat een uiterst perverse verschuiving: politieke partijen, wijkraden en organisaties claimen niet alleen het recht om aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur af te wijzen, maar óók om te bepalen wie mag deelnemen aan een Joodse herdenking. Een deel van de analyse richt zich op de rol van burgemeester Carola Schouten. Haar reactie veranderde de aard van het conflict. In plaats van de brutale boycotters verantwoordelijk te houden voor de ontstane polarisatie, verklaarde zij ‘begrip te hebben voor de zorgen over de waardigheid van de herdenking’ en kondigde zij overleg aan met de organisatoren. Niet langer was de boycotdreiging het onderwerp van discussie: de aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur werd geframed als iets dat ‘opgelost’ zou moeten worden. De activisten kregen zo krankzinnig genoeg het mandaat van gatekeepers van deze Joodse herdenking. Dit is dus hoe institutionele normalisering werkt. Niemand claimt formeel regie over de herdenking, maar door politieke druk en bestuurlijk overleg ontstaat een nieuwe werkelijkheid waarin Joodse organisaties zich zouden moeten verantwoorden. De verantwoordelijkheid verschuift van degenen die antisemitische haat prediken naar de organisaties die de herdenking van de slachtoffers van de ultieme antisemitische haat houden. Sapir schrijft ook over de kramp waarin Nederlandse Joodse organisaties terecht zijn gekomen. De organisaties benadrukten na de antisemitische eisen dat de ambassadeur niet-politiek aanwezig zal zijn én zij boden ruimte voor een mogelijke dialoog. Deze reflex laat zien hoe verstikkend en dwingend de institutioneel-antisemitische druk inmiddels is geworden. De kern van het nu-antisemitisme: Joden in Europa worden geaccepteerd als slachtoffers van het verleden, maar die acceptatie verdampt meteen zodra Joodse continuïteit zichtbaar wordt in de vorm soevereiniteit en zelfbeschikking. Levende Joden worden gedwongen afstand te nemen van de Joodse staat, want ánders… Nu-antisemitisme ontstaat wanneer beschuldigingen richting Israël worden vertaald naar voorwaarden waaraan Joodse herdenkingen moeten voldoen om nog op bestuurlijke steun te kunnen rekenen. Schouten kan zich niet beroepen op neutraliteit. Wanneer de gemeente haar aanwezigheid afhankelijk maakt van wijzigingen in het programma van een Joodse herdenking, wordt Schouten immers zélf onderdeel van de druk die wordt uitgeoefend. Haar taak is nadrukkelijk niet om te bemiddelen, maar om de brutale gatekeeperitis van nu-antisemieten als antisemitisch af te wijzen. Link naar blog in onderstaande tweet. 1/2 #antisemitisme #Holocaust #Joodseherdenking