Een ochtendcolumn Ik zag een fragment waarin Bob Scholte van Left Laser tegenover Annemarie van Gaal zat. ‘Wat is er mis met een betaalbare woning voor iedereen?’, vroeg Scholte. Van Gaal had niet onmiddellijk een antwoord. Zo ontstaat tegenwoordig een uitstekend filmpje. Kijk eens. Mond vol tanden. Er is natuurlijk niets mis met een betaalbare woning voor iedereen. Net zoals er niets mis is met goede zorg voor iedereen, voldoende inkomen voor iedereen of vrede voor iedereen. Het probleem zit niet in het verlangen. Het probleem begint wanneer een verlangen wordt gepresenteerd als een oplossing. Betaalbare woningen bestaan al. Alleen wil niet iedereen in Appingedam wonen. Stel dat morgen alle Nederlanders in Amsterdam willen wonen. Hebben we dan allemaal recht op een betaalbare woning in Amsterdam? En als het antwoord nee is, wie bepaalt dan wie er wel mag wonen? De hoogste bieder, degene die er geboren is, de verpleegkundige die er werkt, het gezin met kinderen of degene die het langst op een wachtlijst staat? Zelfs met genoeg woningen blijft die vraag bestaan. Een huis aan het Vondelpark is iets anders dan een huis naast de snelweg. Locatie, ruimte en omgeving zijn schaars. Die schaarste kun je niet wegpraten met het woord betaalbaar. En wat betekent betaalbaar eigenlijk? Betaalbaar voor wie? Iemand met een minimumloon, een modaal inkomen of twee salarissen? Zodra betaalbaarheid een recht wordt, moet iemand een norm bepalen en vervolgens vaststellen wie eraan voldoet. Van Gaal bracht het scheefwonen ter sprake. Scholte pareerde dat met de opmerking dat scheefwonen een typische VVD-uitvinding is. Iedereen moet gewoon betaalbaar kunnen wonen. Dat klinkt opnieuw sympathiek en lost opnieuw niets op. Als inkomen niet van belang is, kan iemand met een hoog inkomen in een goedkope woning blijven terwijl iemand met een laag inkomen op de wachtlijst staat. Vinden we dat prima, dan accepteren we die verdeling. Vinden we het onrechtvaardig, dan moeten we inkomens controleren. Krijgt iemand opslag of gaat een partner meer verdienen, dan moet opnieuw worden bepaald of het recht op die woning nog bestaat. Achter de simpele vraag ‘wat is er mis met een betaalbare woning voor iedereen?’ gaat een complete wereld schuil van schaarste, inkomensgrenzen, wachtlijsten, prijzen, controles, voorrang en politieke keuzes. En precies daarin zit de intellectuele leegte van dit soort debat. De vraag klinkt als een argument, maar is in werkelijkheid een wens. Niemand hoeft uit te leggen hoe die wens wordt uitgevoerd, wie ervoor betaalt of wat er gebeurt wanneer twee mensen aanspraak maken op hetzelfde schaarse goed. Probeer daar maar eens in twintig seconden op te antwoorden Ik moest denken aan Brandolini’s law, het kost veel meer energie om onzin te weerleggen dan om die te produceren. Alleen hoeft de oorspronkelijke uitspraak niet eens onzin te zijn. Dat maakt deze manier van debatteren zo effectief. Een sympathiek doel wordt uitgesproken en de ingewikkeldheid van de werkelijkheid wordt vervolgens het probleem van de tegenstander. Bouw betaalbare woningen. Belast de rijken. Grenzen dicht. Pak de vervuilers aan. Schaf het eigen risico af. Minder managers, meer handen aan het bed. Bijna iedere zin bevat iets waars of wenselijks. De werkelijkheid begint bij de volgende vraag. Juist die vraag doet het slecht op beeld. Wie antwoordt moet voorwaarden noemen, gevolgen uitleggen en soms nadenken. De ander hoeft alleen de volgende eenvoudige waarheid klaar te hebben. Twijfel oogt zwak, nuance klinkt als een uitvlucht. Zo beoordelen we intellectuele kwaliteit steeds vaker op presentatievaardigheden. Bestuur vraagt het tegenovergestelde: informatie verzamelen, gevolgen overzien en soms eerst nadenken voordat er een antwoord komt. Misschien moeten we het publieke debat weer per handgeschreven brief voeren. Zodat we wat tijd hebben om na te denken. Het zal allemaal wat langzamer gaan maar de kans bestaat wel dat we daardoor sneller vooruitkomen. #BetaalbareWoning #Huisvesting #SociaalDebat


