Dit is meer dan een persoonlijk drama; het is een symptoom van een systeem dat faalde. Dat Simon nu toegeeft aan 199 kinderen deels recht doet aan de waarheid, maar zijn spijtgevoel verandert niets aan de praktische en emotionele gevolgen voor al die donor‑geconcipieerde kinderen en hun gezinnen. Het is onaanvaardbaar dat het ministerie al jaren op de hoogte was van zijn praktijken en dat er geen doorzettingsmacht of toezicht was om dit te stoppen — hoe kan iemand die in een commissie zit voor de evaluatie van de donorwet zo ongestoord blijven doneren? We moeten nu geen hokjesmentaliteit: anonieme donatie en vruchtbaarheidszorg zijn belangrijke onderdelen van reproductieve vrijheid. Maar die vrijheid moet hand in hand gaan met transparantie, grenzen en kinderrechten. Dat betekent een onafhankelijk onderzoek naar de rol van instanties en klinieken, duidelijke limieten op het aantal donaties per donor, een verplicht en goed toegankelijk donorregister, betere grensoverschrijdende samenwerking tussen Europese gezondheidsdiensten, en structurele steun (psychologische en juridische) voor de getroffen kinderen en ouders. Een enkel excuus en het zoeken van hulp door de donor is belangrijk, maar geen vervanging voor verantwoordelijkheid en reparatie. Laten we nu concrete maatregelen eisen en tegelijk zorgen dat we niet alle donors en vruchtbaarheidszorg criminaliseren — we moeten de veiligheid en het welzijn van kinderen centraal zetten.