Mijn post over erfbelasting leverde veel reacties op. Een erfenis werd ineens ‘inkomen’ genoemd, erfgenamen zouden er ‘niets voor hebben gedaan’ en opgebouwd vermogen werd benaderd als geld waarop de samenleving via belastingen en herverdeling vanzelfsprekend aanspraak mag maken. Die reacties leggen een bredere reflex bloot. Wanneer de overheid geld tekortkomt, wordt zelden als eerste gevraagd welke uitgaven minder kunnen, welke regeling haar doel voorbijschiet of welke overheidslaag vooral zichzelf in stand houdt. De eerste vraag lijkt steeds vaker: waar kunnen we nog iets extra’s innen? Bij ondernemers, huizenbezitters, bedrijven, spaarders, beleggers, erfgenamen of iedereen die volgens een zelfgekozen maatstaf ‘genoeg’ heeft. Dat is wel zo gemakkelijk. Je hoeft geen moeilijke keuzes te maken en niemand hoeft afstand te doen van een bestaande subsidie, toeslag, voorziening of regeling. Je wijst eenvoudig een andere groep aan die de rekening mag betalen. Als ondernemer kijk ik daar anders naar. Wij werken met budgetten, bewaken onze liquiditeit en moeten zorgen dat de onderneming ook op langere termijn solvabel en gezond blijft. Een euro kun je maar één keer uitgeven. Ontstaan er financiële tegenvallers, dan moeten we prioriteiten stellen, kosten verlagen, investeringen uitstellen of afscheid nemen van zaken die onvoldoende opleveren. We kunnen onze klanten niet verplichten om voortaan maar wat meer af te dragen omdat wij onze uitgaven niet onder controle hebben. Een overheid is natuurlijk geen onderneming. Zij heeft andere taken en verantwoordelijkheden. Maar ook publiek geld is niet onbeperkt. Ook daar geldt dat een euro maar één keer kan worden uitgegeven. Toch lijkt ‘meer innen’ politiek en maatschappelijk vaak aantrekkelijker dan ‘minder uitgeven’. Bezuinigen doet namelijk pijn. Dan kan een regeling waar je zelf van profiteert minder ruim worden. Een belastingverhoging voor een ander voelt aanzienlijk comfortabeler. Solidariteit blijkt opvallend eenvoudig wanneer de rekening buiten de eigen brievenbus valt. Daarbij helpt het om het vermogen van die ander eerst van een minder sympathiek etiket te voorzien. Een erfenis wordt ‘gratis geld’. Vermogen wordt ‘onverdiend’. Overwaarde is slechts geluk. En wie iets aan zijn kinderen kan doorgeven, heeft blijkbaar een oneerlijke voorsprong gecreëerd die door de overheid gecorrigeerd moet worden. Zodra bezit moreel verdacht is gemaakt, voelt een hogere belasting niet langer als meer innen, maar als rechtvaardigheid. Een overheid die bij ieder nieuw probleem eerst kijkt waar nog iets te halen valt, hoeft zichzelf nooit serieus de vraag te stellen waar het minder, eenvoudiger of efficiënter kan. En mensen die iedere belastingverhoging toejuichen zolang die henzelf niet raakt, verwarren solidariteit soms wel erg gemakkelijk met vrijgevigheid namens een ander. Het is eenvoudig om ruimhartig te herverdelen wat je niet zelf hebt opgebouwd. Moeilijker is het om te accepteren dat ook de overheid niet alles kan blijven doen, en dat je een euro inderdaad maar één keer kunt uitgeven. #Erfbelasting #Belastingen #Solidariteit













