Een ochtendcolumn We praten veel over de verdeling van vermogen. Daarbij slaan we een stap over. Voor dat vermogen ontstond, heeft iemand risico genomen. Maak je verlies, dan is het risico voor jou. Maak je winst, dan is de opbrengst van ons allemaal. Daaronder ligt het idee dat vermogen vanzelf groeit. Rijken worden rijker omdat ze rijk zijn. Slapend rijk. Maar rijkdom veroorzaakt geen groei. Risico doet dat. Geld dat stil blijft staan verliest door inflatie koopkracht. Wie vermogen wil laten groeien, moet het inzetten en accepteren dat het ook minder waard kan worden. Zonder risico geen rendement. Het eigen huis laat zien hoe snel we dat vergeten. De overwaarde van vandaag wordt behandeld alsof die de eigenaar vanzelf is toegevallen. Tussen 2008 en 2013 daalden de Nederlandse huizenprijzen ruim twintig procent en stond ongeveer een derde van de huishoudens met een hypotheek onder water. Mensen moesten hun huis met verlies verkopen, bleven met een restschuld achter en soms dwong de bank verkoop af. Dat was hetzelfde eigen huis waarvan we de waardestijging vandaag als bijna risicoloos vermogen beschouwen. Commercieel vastgoed kreeg eveneens zware klappen. Waarde kan twintig jaar nodig hebben om te ontstaan en in veel kortere tijd verdwijnen. Wie vijftig procent verliest, moet daarna honderd procent stijgen om weer terug te zijn. Nog geen tien jaar later sloten tijdens corona winkels en bedrijven, vielen huurinkomsten weg en nam leegstand toe. Vastgoedeigenaren moesten bijstorten en met banken om tafel. Twee grote crises binnen vijftien jaar. Vandaag zijn huizen, ondernemingen en beleggingen weer meer waard en vertellen we elkaar dat vermogen vanzelf groeit. Wie dat beweert heeft de afgelopen vijftien jaar onder een steen geleefd. Bij aandelen doen we hetzelfde. Wie duizend dollar in Apple had gestoken en was blijven zitten, zou nu rijk zijn. Dat Apple in 1997 zo diep in de problemen zat dat Microsoft 150 miljoen dollar investeerde, verdwijnt uit het verhaal. Achteraf lijkt blijven zitten eenvoudig. Op dat moment betekende het accepteren dat het geld ook verloren kon gaan. Ook langjarige beursgrafieken kennen de afloop. Ze laten zien wat iemand verdiende die zijn geld tientallen jaren kon laten staan. Het werkelijke leven kent ontslag, ziekte, echtscheiding, een onderneming die geld nodig heeft en een beurs die instort. Wie dan moet verkopen krijgt geen gemiddeld rendement, maar de koers van die dag. En toch hebben we dat risico hard nodig. Een ondernemer neemt personeel aan voordat de omzet er is, een ontwikkelaar bouwt voordat alle opbrengsten vaststaan en een investeerder financiert technologie voordat duidelijk is of die werkt. Woningbouw, innovatie en energietransitie beginnen met geld dat wordt ingezet zonder zekerheid dat het terugkomt. Nederland heeft geen gebrek aan geld dat veilig wordt gehouden. Eind 2025 stond ruim €540 miljard van huishoudens op spaarrekeningen en deposito’s en de spaarquote bedroeg 17,3 procent, het hoogste niveau sinds 1995 buiten de coronajaren. We hebben het risico mijden aardig onder de knie. Daarmee ontstaat een merkwaardige politieke boodschap. Dezelfde politici die zeggen dat we moeten investeren in de energietransitie, innoveren en meer risico moeten durven nemen, ontwikkelen beleid waarin de opbrengst van dat risico moreel ter discussie wordt gesteld. Het verlies blijft bij degene die het risico nam, terwijl een succesvolle uitkomst verandert in vermogen dat opnieuw verdeeld moet worden. Vermogen is in Nederland niet langer een teken van succes. Het is verdacht. Waar komt het vandaan, hoe is het verkregen en hoe kunnen we het verdelen. Wie wil dat honderden miljarden aan privaat geld naar woningen, bedrijven, innovatie en energie gaan, zal uiteindelijk een vraag moeten beantwoorden. Waarom zou iemand risico nemen als het verlies voor hem is en de opbrengst bij succes een moreel probleem wordt dat vervolgens moet worden gedeeld. #Vermogen #Risico #Economie















