Een ochtendcolumn Femke Halsema trekt aan de bel. De leefbaarheid van Amsterdam staat onder druk. Dakloosheid, drugsgebruik en mensen met psychiatrische problemen zijn steeds zichtbaarder op straat. Gemeenten kunnen dat volgens de burgemeester niet meer oplossen. Den Haag moet helpen. Daarmee staat de oplossing eigenlijk al vast. Meer geld. Gemeenten hebben hun werkterrein de afgelopen decennia enorm uitgebreid. Klimaat, energietransitie, diversiteit, inclusie, integratie, ongelijkheid en internationale solidariteit kregen allemaal een plaats in het stadhuis. Voor steeds meer maatschappelijke problemen kwam gemeentelijk beleid. Dat is ook terug te zien in de omvang van de organisatie. Amsterdam telde in 2018 14.411 interne fte. Inmiddels werken bij de gemeente ruim 20.000 fte. Terwijl de bevolking in die periode met ongeveer 10 procent groeide, groeide het ambtelijke apparaat onder het het bewind van Halsema met bijna 40 procent. Terwijl een gemeentebestuur in de kern een paar eenvoudige taken heeft. De stad moet schoon en veilig zijn. De openbare ruimte moet worden onderhouden. Overlast moet worden aangepakt. Er moeten woningen zijn. Op die kerntaken worden de Amsterdamse cijfers pijnlijk. In 2025 vond nog maar 31 procent van de Amsterdammers de eigen buurt schoon. Het rapportcijfer voor het schoonhouden van straten en stoepen zakte naar 5,8. Er kwamen 265.000 meldingen over afval en reiniging binnen, 16 procent meer dan een jaar eerder. Bij meldingen over het schoonmaken van de openbare ruimte werd 59 procent binnen de afgesproken termijn afgehandeld. De gemeentelijke norm is 90 procent. In de binnenstad daalde het cijfer voor schone straten en stoepen van 6,9 in 2015 naar 5,4 in 2025. Bewoners geven de binnenstad inmiddels een 4,0. Vervuiling is geen esthetisch probleem. Onderzoek naar wanorde in de openbare ruimte laat zien dat zichtbare verwaarlozing de sociale norm verzwakt. Afval, graffiti en achterstallig onderhoud vergroten de kans dat ook anderen regels overtreden. De omgeving vertelt voortdurend welk gedrag blijkbaar wordt geaccepteerd. Daar bestaat inmiddels voldoende empirisch onderzoek naar. Als een organisatie de kerntaken steeds slechter uitvoert, ligt de eerste vraag voor de hand, waar gaat de beschikbare capaciteit eigenlijk naartoe? Amsterdam heeft steeds meer taken naar zich toegetrokken en krijgt de meest zichtbare taken steeds moeilijker voor elkaar. Toch gaat de discussie direct over geld. Dat geld moet uit Den Haag komen. Den Haag heeft geen eigen geld, dus uiteindelijk komt de rekening bij de belastingbetaler terecht. Daarna volgt de bekende politieke discussie over wie die rekening moet betalen. De breedste schouders zullen ook deze lasten moeten dragen vermoed ik. Zo wordt een vuile en onrustige stad uiteindelijk een financieringsvraagstuk. Of Amsterdam te veel doet, geld verkeerd besteedt of onvoldoende presteert, verdwijnt naar de achtergrond. Extra geld is de oplossing voordat duidelijk is geworden waarom het bestaande geld niet voldoende resultaat oplevert. Landelijk werkt het inmiddels hetzelfde. Nieuwe politieke ambities worden nieuwe overheidstaken. Er komen ambtenaren, subsidies, programma’s en organisaties bij. Zodra de kosten oplopen, begint de zoektocht naar extra inkomsten. Schrappen komt nauwelijks ter sprake. Amsterdam kan ook bij het begin beginnen. Zorg dat de stad schoon en veilig is. Zorg voor woningen, bereikbaarheid, onderhoud en handhaving. Kijk daarna wat er nog meer op het stadhuis moet gebeuren en wat kan verdwijnen. Halsema vraagt Den Haag om meer middelen omdat Amsterdam de problemen op straat niet meer aankan. Maar voordat de rest van Nederland wordt gevraagd daarvoor te betalen, ligt een eenvoudiger vraag voor, waarom doet Amsterdam zoveel andere dingen terwijl de gemeente iets simpels als de eigen straten niet op orde krijgt. Misschien heeft Amsterdam geen groter budget nodig. Misschien heeft Amsterdam een kleinere agenda nodig. #Amsterdam #Gemeente #Leefbaarheid








