Column: Hugo de Jonge en de rest Max von Kreyfelt Meestal maken politici zich enorme zorgen wanneer een groot deel van de bevolking hen niet meer vertrouwt. Hugo de Jonge jubelt het toe. Voor hem is wantrouwen een communicatiefeest: als 95 procent van Nederland hem niet meer moet, heeft die 95 procent de boodschap simpelweg niet begrepen. Ze hebben onvoldoende opgelet. Ik vermoed dat Hugo ’s morgens in de spiegel een man ziet die onder moeilijke omstandigheden steeds verantwoordelijkheid heeft genomen. De rest van Nederland ziet iets anders, maar spiegels tonen nu eenmaal alleen degene die ervoor staat. Tijdens corona werd Hugo het gezicht van een bestuursstijl die zichzelf moreel superieur verklaarde voordat überhaupt het debat begon. Kritische artsen waren ondermijnend, afwijkende wetenschappers verdacht en burgers met vragen hadden moeite met solidariteit. Wie niet meedeed, moest extra worden voorgelicht, aangesproken of desnoods richting de uitgang geduwd. En Hugo? Die deed het allemaal voor ons. Hij kan je de toegang ontzeggen en je tegelijk aankijken alsof hij je jas heeft aangenomen. Alles uit christelijke naastenliefde. Later kwamen de vragen: over proportionaliteit, grondrechten, de avondklok, het coronatoegangsbewijs en de druk op ongevaccineerden. Kritiek werd nooit weerlegd, maar bestuurlijk weggezet. De criticus, genegeerd, gedemoniseerd, of gemarginaliseerd. Jaren later blijkt Hugo geen spijt te hebben. Dat verbaast niet: spijt vereist dat je toelaat dat je zelf verkeerd zat. Precies daar ligt zijn rotonde. Gedachten richting zelfkritiek worden omgeleid naar omstandigheden, voortschrijdend inzicht en moeilijke keuzes, tot je weer uitkomt bij het punt waar Hugo gelijk had. Die 95 procent bestaat natuurlijk niet letterlijk. Misschien is het 80 of 60. Misschien zijn er nog plekken waar mensen bij zijn naam ontroerd raken. Maar het getal is niet het werkelijke punt. Interessanter is dat zo’n absurd percentage bij Hugo geloofwaardig klinkt. Zeg het over een ander en men vraagt naar de bron; zeg het over Hugo en mensen knikken alsof je de buitentemperatuur noemt. Dat is een prestatie. Je moet er jaren voor werken om van minister en vicepremier tot nationaal reflexpunt te worden: een man bij wie de ene helft denkt aan schoenen en de andere aan een QR-code. En toch zit daar iets bewonderenswaardigs in. Waar anderen wakker liggen van kritiek, beweegt Hugo zich erdoorheen met de rust van iemand die vermoedt dat vooral de bevolking zichzelf nog eens moet evalueren. Misschien is dat zijn werkelijke talent: niet besturen, luisteren of twijfelen, maar elke botsing verlaten met een gedeukt land en een onbeschadigd zelfbeeld. Of 95 procent van Nederland tegen hem is, weet ik niet. Maar ik vermoed dat Hugo zich daar uitstekend bij voelt. Er blijft tenslotte altijd nog vijf procent over dat beter geïnformeerd is. De loyalisten. 📌 Heeft u mijn bundel al? https://t.co/y64gXJ5yrY 📌 Steunt u mij ook? https://t.co/V2P6pFuNy1 #Politiek #Vertrouwen #Nederland



