WITTE JAS Alles begint met een droom. — Darya! Darya?! Luister je naar mij? Ben je nog hier? — Ja, ja meneer. Sorry. Ik luister. Maar ik luisterde niet. Ik was aan het dromen. Dagdromen over iets waar ik me met heel mijn hart voor inzette. Iets waarvoor ik zelfs mijn nachtrust had opgegeven. Ik was zeventien. En nee, het was geen liefdesverhaal. Op dat moment was mijn leven maar met één ding bezig: mijn droom werkelijkheid maken. Mijn mama had me geleerd dat een vrouw in een islamitische samenleving onder de sharia zonder eigen opleiding en zonder eigen inkomen weinig betekent. Ze herhaalde het elke dag: studeer hard, zorg dat je op eigen benen kunt staan en word nooit afhankelijk van een man. Ook onze buurjongen bevestigde die harde realiteit, zij het op zijn eigen denigrerende manier. — Waarom brandt jouw licht tot diep in de nacht? Wat doe je allemaal? — Ik studeer hard. Ik wil uitblinken op mijn toelatingsexamen. Hij lachte. — Waarom? Waarvoor heb je dat als vrouw nodig? Uiteindelijk moet je toch de luiers van je kinderen verversen. Vrouwen en studies zijn tijd- en geldverspilling. Ik was geschokt. En kwaad. Maar vooral verdrietig. Als ik hem vandaag zou tegenkomen, zou ik hem misschien wel duizend keer bedanken. Want zijn woorden maakten mij vastberadener dan ooit. Hij gaf mijn droom een extra kracht. Mijn doel was duidelijk: ik zou tandarts worden. Ik woonde toen in het noorden van Teheran, in een wijk waar sommige straten heuvelafwaarts liepen. Ik zag mezelf daar lopen. Met mijn witte jas over mijn schouder, vastgehouden met één hand. Fluitend. Zelfverzekerd. En ik zag onze buurjongen staan kijken. Hij keek naar mij en wist dat ik hem voorbij was gestoken. Die witte jas was voor mij nooit zomaar een kledingstuk. Ze stond voor onafhankelijkheid. Voor kennis. Voor waardigheid. Voor het recht om als vrouw mijn eigen leven te bepalen. En ik heb die droom gerealiseerd. Maar eenmaal afgestudeerd botste ik opnieuw tegen grenzen die voor mij als vrouw waren opgetrokken. Verboden deuren. Beperkingen. Ongelijkheid. En uiteindelijk bleef er voor mij maar één keuze over: vechten. Vechten tegen een regime dat vrouwen niet als volwaardige mensen wilde behandelen. In het begin voelde het alsof ik een kleine mug was die tegenover monsters stond. Maar we waren niet alleen. We waren met velen. En zelfs als ik jong en machteloos was, kon ik hen tenminste lastigvallen. Tot het regime mij in de gevangenis gooide omdat ik weigerde te aanvaarden dat ik minderwaardig zou zijn. Daarna volgde mijn lange vlucht uit Iran. Toen ik uiteindelijk in mijn nieuwe land aankwam, zag ik opnieuw een vrouw die haar dromen had achtergelaten. Haar diploma. Haar beroep. Haar witte jas. Maar ergens diep vanbinnen hoorde ik opnieuw dezelfde stem: Je kunt het. Het zal moeilijk zijn. Maar je moet het doen. Ik zette mij opnieuw in voor die witte jas. In 2003, amper drie jaar na mijn aankomst, had ik mijn diploma in mijn handen. Mijn droom was opnieuw werkelijkheid geworden. Daarna heb ik vijftien jaar als tandarts gewerkt. Tot vandaag heb ik mijn vier tandartspraktijken behouden. De witte jas is dus nooit echt uit mijn leven verdwenen. Maar na vijftien jaar als tandarts stond ik opnieuw voor een keuze. Ik besloot mijn ervaring, mijn stem en mijn energie in te zetten voor iets wat voor mij nog groter was geworden: de strijd voor vrijheid. Dankzij jullie vertrouwen kreeg ik inmiddels twee keer een mandaat om die strijd verder te voeren. Dat vertrouwen beschouw ik niet als een privilege, maar als een opdracht. Een plicht. Een verantwoordelijkheid. En toch draag ik af en toe opnieuw mijn witte jas. Vandaag wil ik mijn medische dienst verder combineren met mijn politieke mandaat en mij ook als tandarts inzetten voor ons leger. Omdat dit land mij een tweede leven gaf. De witte jas, de rode draad in mijn leven: van een zeventienjarig meisje met een droom in Teheran tot een vrouw die vandaag onze militairen wil dienen. #Vrijheid @Belgian_Army #Vrijheid #Dromen #Vrouwenrechten