Toen ik jong was, werd me geleerd om vragen te stellen en kritisch te zijn. Thuis door mijn ouders. Op school, op de universiteit en later in het ziekenhuis. En nu? Sinds 2020 volgde censuur zodra je niet precies volgens ‘de consensus’ dacht of sprak over corona. Er heerst inmiddels een benepenheid en angst om je mening te geven. Er zijn taboes – andere dan in de jaren vijftig en zestig, maar wel taboes. Hoe is het zo ver gekomen dat de overheid steeds verder in ons leven is binnengedrongen? Dat de overheid, met de media in haar kielzog, bepaalt hoe we moeten denken over klimaat, Rusland, stikstof en meer? Waar komt al die betutteling vandaan? John Cleese formuleert het treffend: “I don’t think people without much of a sense of humour should be allowed to determine what people with a sense of humour should be allowed to laugh at.” Als anderen denken te kunnen bepalen wat jij denkt of zegt of grappig vindt, en jij om die reden zwijgt, ben je al niet meer vrij. Toen ik in 2020 voor het eerst gecensureerd werd, was ik verbijsterd. Later werd ik kwaad. Wat geeft een ander het recht om mijn posts te verwijderen? Censuur hoort niet in een vrije samenleving. Het is belangrijk om niet te zwijgen. Blijf vragen stellen en je mening geven. Vergeet de humor niet en blijf plezier maken. Dat is de enige manier om dit enge en bekrompen tij te keren. https://t.co/5EmgfuiUho #Censuur #VrijheidVanMeningsuiting #KritischDenken

