Een ochtendcolumn Een ondernemer die een nieuwe bestelbus uitstelt omdat een subsidieregeling verandert. Zo opent het NOS-artikel over teruglopende investeringen. De lezer denkt aan een loodgieter, een schilder of een kleine aannemer. Daarmee verdwijnt de werkelijke omvang van het nieuws uit beeld. De cijfers vertellen een ander verhaal. De SRA analyseerde vorig jaar de jaarrekeningen van 7.445 mkb-bedrijven. De omzet steeg met 3,4 procent en de winst met 3,1 procent, terwijl de inflatie 3,3 procent bedroeg. Reële groei bleef daarmee vrijwel uit. De bedrijfskosten stegen met 7,9 procent en de personeelskosten met 8,7 procent. Bijna de helft van de ondernemingen zag de winst dalen. De nieuwe SRA-meting laat zien dat dit geen eenmalige terugval was. Opnieuw maakt ongeveer de helft van de bedrijven minder winst. Investeringen worden uitgesteld. Ondernemers noemen stijgende kosten en onzeker overheidsbeleid als belangrijkste oorzaken. Twee opeenvolgende onderzoeken laten dezelfde ontwikkeling zien. Het artikel wekt de indruk dat het over een paar mkb’ers gaat die een investering uitstellen. De. werkelijkheid is nogal anders. Nederland ís het mkb. Ongeveer 99,8 procent van alle ondernemingen behoort tot deze categorie. Deze bedrijven creëren ongeveer 61 procent van de economische waarde, bieden werk aan het grootste deel van de werknemers in het bedrijfsleven en zijn goed voor ongeveer de helft van alle bedrijfsinvesteringen. Daar begint ook de belastinggrondslag van de overheid. Bedrijven investeren, produceren, maken winst en betalen lonen. Daaruit ontstaan de vennootschapsbelasting, de loonheffingen, de btw en uiteindelijk ook de inkomstenbelasting. Iedere euro die de overheid uitgeeft, moet eerst in de economie worden verdiend. Dat maakt deze ontwikkeling zo zorgelijk. Minder investeringen betekenen minder machines, minder automatisering, minder innovatie en minder uitbreiding. De gevolgen worden niet morgen zichtbaar, maar over enkele jaren. Dan groeit de economie minder hard en blijft ook de belastinggrondslag achter. Het onderzoek noemt daarvoor een duidelijke verklaring. Ondernemers weten steeds minder waar zij aan toe zijn. Belastingen veranderen, subsidies verdwijnen, regelgeving wordt aangepast en vergunningstrajecten duren langer. Investeringen hebben een horizon van tien of twintig jaar. Daar horen stabiele spelregels bij. Voortdurend wisselend beleid vergroot het risico en remt investeringen. Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. De energie-intensieve industrie verliest concurrentiekracht. Grote ondernemingen brengen nieuwe investeringen steeds vaker onder in landen waar de voorwaarden gunstiger zijn. Het mkb investeert minder. De industrie investeert elders. Dat zijn geen losse gebeurtenissen. Het zijn signalen dat het Nederlandse verdienvermogen onder druk staat. Toch gaat het politieke debat vrijwel altijd over de achterkant van de begroting. Waar halen we extra belastinginkomsten vandaan? Box 3, erfbelasting, een hoger toptarief of een nieuwe heffing. Dat debat begint aan de verkeerde kant van de economie. De belastinggrondslag ontstaat niet bij de Belastingdienst en ook niet op Prinsjesdag. De belastinggrondslag ontstaat bij bedrijven die durven investeren. Juist daarom schiet dit NOS-artikel tekort. De journalist ziet een mkb’er met een bestelbus. De cijfers laten iets heel anders zien. Nederland is de facto een mkb-economie. Als vrijwel de hele ondernemende economie terughoudender wordt met investeren, is dat geen ondernemersnieuws. Dat is nieuws over de toekomstige welvaart van Nederland. Ondernemers investeren minder door stijgende kosten en onzekerheid https://t.co/4UH9gXDXp6 #MKB #Investeringen #Economie










