Mijn deelneming aan Jetten met het kennelijke verlies van zijn institutionele geheugen. Een premier hoeft niet iedere bladzijde van de geschiedenis uit het hoofd te kennen. Maar wie een ander land de maat neemt over Jeruzalem, grenzen en Joodse bewoning, doet er verstandig aan ten minste de eerste hoofdstukken te hebben gelezen. Jetten noemt Israëls plannen voor woningbouw in E1, tussen Jeruzalem en Ma’ale Adumim, „onaanvaardbaar en destructief”. Het zijn grote woorden. Zij zouden overtuigender klinken wanneer zij niet rustten op zo'n selectief geheugen. Want de geschiedenis van dit conflict is niet begonnen met E1. Zij begon evenmin in 1967, en al helemaal niet gisteren. Groot-Brittannië gebruikte artikel 25 van het Mandaat voor Palestina om Transjordanië uit te zonderen van de bepalingen betreffende het Joodse nationale tehuis. In 1939 volgde het Witboek. Op het uur dat de poorten van Europa zich voor de Joden sloten en de grootste catastrofe uit hun geschiedenis naderde, beperkte Groot-Brittannië ook de toegang tot Palestina drastisch. Toen kwam 1947. De Verenigde Naties stelden verdeling voor. De Joodse leiders aanvaardden haar. De Arabische leiders verwierpen haar. Er kwam geen Palestijnse staat. Er kwam oorlog. Jordanië veroverde Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever — Judea en Samaria. Joden werden uit de Oude Stad verdreven. Synagogen werden verwoest of ontwijd. De Joodse begraafplaats op de Olijfberg werd geschonden. Negentien jaar lang konden Joden niet bij de Westelijke Muur komen. Het is merkwaardig hoe weinig van die geschiedenis overblijft wanneer tegenwoordig over E1 wordt gesproken. Jetten presenteert Joodse woningbouw tussen Jeruzalem en Ma’ale Adumim alsof daar de erfzonde ligt die de tweestatenoplossing heeft vernietigd. Maar de chronologie weigert daaraan mee te werken. Een verdeling werd al in 1937 verworpen. Zij werd in 1947 opnieuw verworpen. Ook in latere decennia zijn onderhandelingen, voorstellen en mogelijkheden voor een definitieve regeling stukgelopen. Men kan tegen de bouw in E1 zijn. Men kan haar onverstandig vinden. Men kan menen dat zij toekomstige onderhandelingen bemoeilijkt. Dat is een politieke opvatting die verdedigd kan worden. Maar men kan niet doen alsof zonder E1 het paradijs van twee staten reeds voor de deur stond. Daar ligt een groter probleem in het Nederlandse buitenlandse beleid. Nederland spreekt steeds vaker alsof vrede slechts één obstakel kent en slechts één partij tot concessies moet worden gedwongen. Israël moet zich terugtrekken. Israël moet bouwen staken. Israël moet grenzen aanvaarden. Israël moet risico's nemen. Maar vrede wordt niet gebouwd door de geschiedenis aan één kant uit te gummen. Waar blijft de eis dat Palestijnse leiders ondubbelzinnig afstand nemen van jihadistisch terrorisme? Waar blijft de consequentie voor het verheerlijken van moordenaars? Waar blijft de politieke prijs voor het telkens weer afwijzen van een regeling wanneer die binnen bereik komt? Een vredespolitiek die uitsluitend druk uitoefent op degene van wie men concessies verlangt en nauwelijks op degene van wie men aanvaarding verlangt, is geen vredespolitiek. Het is wensdenken met een ministerie eromheen. Nederland zou daarom zijn dreigementen moeten matigen en zijn historische beschuldigingen moeten heroverwegen. Israël zal niet accepteren dat zijn geschiedenis wordt herschreven, dat de veiligheid van Jeruzalem wordt behandeld als een hinderlijk detail en dat anderen zonder acht te slaan op een eeuw van oorlog en afwijzing bepalen welke risico's de Joodse staat maar heeft te nemen. En als Jetten werkelijk de mogelijkheid van vrede wil bewaren, laat hij dan beginnen met een beginsel dat ouder is dan welk vredesplan ook: Vrede vereist twee partijen. Verzoening vereist twee partijen. En verantwoordelijkheid eveneens. Wie vrede verlangt, moet terrorisme bestrijden, ophitsing veroordelen en afwijzingspolitiek niet belonen. En bovenal moet een Nederlandse regering zich hoeden voor de oude Europese verleiding die de geschiedenis al te vaak heeft ontsierd: te menen dat zij kan bepalen waar Joden wel — en vooral waar zij niet — mogen wonen. #Vrede #Israël #Geschiedenis





