Een ochtendcolumn China bouwt elektrische auto’s, batterijen, zonnepanelen en robots in een tempo waar Europa met groeiende verbazing naar kijkt. BMW en Volkswagen zijn te duur, reageren te langzaam en hebben technologische ontwikkelingen gemist. Europese bedrijven moeten innovatiever, flexibeler en sneller worden. China laat zien hoe het moet. Het is inmiddels bijna de standaardanalyse van de Europese industrie. Europa heeft ondertussen vijftig jaar welvaart gebruikt om een samenleving op te bouwen waarin vrijwel ieder risico rond arbeid is geregeld. Pensioen, vakantiegeld, betaalde vakantiedagen, arbeidsongeschiktheid, ontslagbescherming, medezeggenschap, loondoorbetaling bij ziekte, veiligheid, milieuregels en sociale plannen zijn vastgelegd in wetten, cao’s en contracten. We hebben onze welvaart in beton gegoten. Dat was ook de bedoeling. Economische vooruitgang werd vertaald in meer inkomen, vrije tijd, zekerheid en bescherming. Hoe hard dat beton inmiddels is, blijkt zodra iemand eraan komt. Een minister schreef deze week over twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en kreeg een stroom van kritiek over zich heen. Een procent koopkrachtverlies kan cao-onderhandelingen laten vastlopen en een versobering van pensioen, WW of ontslagbescherming brengt vakbonden en politiek onmiddellijk in beweging. We verdedigen iedere centimeter van het welvaartsniveau dat we in een halve eeuw hebben opgebouwd. Voor BMW en Volkswagen bestaat datzelfde welvaartsniveau uit kosten, verplichtingen en beperkingen. Een werknemer kan niet van vandaag op morgen worden ontslagen, een fabriek niet zonder enorme kosten worden gesloten en arbeidsvoorwaarden niet even worden aangepast omdat een Chinese concurrent goedkoper produceert. Een Europese auto draagt pensioen, vakantie, ziekte, sociale premies, arbeidsbescherming, veiligheid en milieu met zich mee. We hebben bedrijven verplicht zich te houden aan de maatschappelijke standaard die we voor onszelf vanzelfsprekend vinden. Daarmee hebben we ook bepaald wat arbeid kost en hoe snel een bedrijf kan bewegen. Aan de andere kant van de vergelijking staat een Chinese werknemer met vijf wettelijke vakantiedagen na een jaar, een veel lager loon en voor arbeidsmigranten een bed in een bedrijfscomplex bij de fabriek. We zouden woedend zijn wanneer BMW voorstelde Duitse werknemers onder zulke omstandigheden te laten werken en wonen. We leggen het land plat wanneer aan onze eigen verworvenheden wordt geraakt, maar bij Temu hoeft niemand eerst naar de arbeidsvoorwaarden te vragen voordat op bestellen wordt gedrukt. Ook een Chinese autofabrikant hoeft geen Duitse cao, twee jaar loondoorbetaling of Europees sociaal plan te bieden voordat het prijsverschil bij de dealer aantrekkelijk wordt. Daarmee wordt het oordeel over de Europese industrie ongemakkelijker. We verplichten BMW en Volkswagen om te produceren binnen de maatschappelijke orde die we zelf met hand en tand verdedigen. Pensioen, vakantie, loondoorbetaling, ontslagbescherming, veiligheid en milieu mogen nauwelijks worden aangeraakt. Zodra we zelf aan de kassa staan, blijken die principes een stuk minder hard. Dan gaat onze euro zonder bezwaar naar een economie waar arbeiders voor veel lagere lonen werken, vijf vakantiedagen hebben en slaapzalen bij fabrieken wonen. We eisen van de Europese werkgever wat we met onze eigen portemonnee niet bereid zijn te betalen. Vervolgens kijken we naar BMW en Volkswagen en verwijten die bedrijven dat ze te duur, te log en niet innovatief genoeg zijn. Daar zit de goedkope moraal. Zolang een ander de rekening betaalt, verdedigen we onze verworvenheden als maatstaf voor een fatsoenlijke samenleving. Zodra de rekening bij onszelf aan de kassa verschijnt, wint de laagste prijs. Daarna gebruiken we precies die prijs om de bedrijven die onze maatschappelijke standaard wel moeten betalen te vertellen dat ze het allemaal verkeerd doen. #Europa #Innovatie #Economie



