Ordebewaking als machtsvertoon De invallend Kamervoorzitter Paulusma lijkt een fascinerend nieuw bestuursprincipe te vertegenwoordigen: de orde zó agressief bewaken, dat je zelf de grootste bron van wanorde wordt. Het is een bijzondere bestuurskunst. Mensen mogen inspreken, maar vooral niet te lang. Niet te kritisch. Niet te emotioneel. Niet te scherp. En het liefst ook niet buiten het vooraf goedgekeurde ritme van bestuurlijke beleefdheid. Dus zie je voortdurend hetzelfde patroon: onderbreken, afkappen, corrigeren, waarschuwen, ingrijpen, “meneer wilt u afronden”, “mevrouw houdt u zich aan de vraag”, “dat is geen vraag”, “we gaan verder”. Alsof democratie tegenwoordig een soort klantenserviceformulier is geworden waar burgers maximaal dertig seconden frustratie mogen indienen voordat de microfoon weer dichtgaat. En ondertussen noemt men dat: “het handhaven van de orde.” Wat je ziet is eigenlijk bestuurlijke angst. Angst voor ongecontroleerde emotie, voor publieke woede. Angst voor uitspraken die buiten het Haagse format vallen. Want Den Haag houdt van geregisseerde spanning. Van gecontroleerde verontwaardiging. Van debat binnen veilige parameters. #Democratie #Bestuur #Orde
