Een ochtendbeschouwing. Vorige week publiceerde Pointer een analyse waaruit blijkt dat de woningnood in Leeuwarden boven het landelijk gemiddelde ligt. Dat roept een eenvoudige vraag op. Hoe kan een stad met zo’n woningtekort een vergunningprocedure al ruim zes jaar laten duren? Het debat over de woningmarkt op dit platform blijft vaak hangen in theorie. In academische beschouwingen. Ik ben inmiddels zes jaar betrokken bij een vergunningaanvraag voor een appartementencomplex in Leeuwarden. Daardoor kijk ik iets anders naar de gang van zaken. Het eerste ontwerp voorzag in parkeerlagen onder het gebouw, aangevuld met parkeren op eigen terrein en een concept met deelauto’s. Dat werd afgekeurd vanwege de gewenste inrichting van de omgeving. Het gebouw moest tot op de plint worden doorgetrokken, zoals dat heet, en parkeren op eigen terrein was onwenselijk. Het ontwerp werd aangepast. Vervolgens ontstond de vraag waar de auto’s dan wel moesten parkeren. Want zonder parkeren in de nabijheid wordt realisatie wel erg lastig. Kafka had het niet kunnen verzinnen. De parkeerlagen waren juist uit het ontwerp verdwenen omdat de gemeente dat wilde. Het naastgelegen parkeerterrein ligt daar al ruim vijftig jaar en wordt nauwelijks gebruikt. Toch mocht het niet worden aangewezen als oplossing, omdat de gemeente daar in de toekomst mogelijk andere plannen mee heeft. Na zes jaar is het ontwerp uiteindelijk goedgekeurd. Inmiddels gelden nieuwe voorwaarden. De benodigde parkeerplaatsen moeten vooraf worden afgekocht in een gemeentelijke parkeergarage die nog gebouwd moet worden. Geen vergunning of gebruiksrecht maar een afkoop. De hoogte van de afkoopsom is vergelijkbaar met de kosten van het graven van een eigen parkeerkelder onder het gebouw. Daarmee is het project financieel niet meer haalbaar binnen de huidige kaders. Niet omdat het oorspronkelijke plan veranderde, maar omdat de uitgangspunten tijdens het traject veranderden. Er moet opnieuw worden ontworpen, en opnieuw worden gerekend. Na zes jaar begint het proces feitelijk opnieuw. Ik twijfel er niet aan dat iedere betrokken professional handelt vanuit de eigen opdracht. De stedenbouwkundige kijkt naar de kwaliteit van de omgeving. De verkeerskundige kijkt naar parkeren. De planeconoom kijkt naar de financiële kaders. Iedere afzonderlijke afweging is te begrijpen. Het probleem ontstaat wanneer al die afwegingen samen een vergunningprocedure vormen. Niemand is verantwoordelijk voor de uitvoerbaarheid van het geheel. Ondertussen veranderen beleidskaders, stijgen bouwkosten en lopen rentelasten op. Een project dat bij de start haalbaar was, hoeft dat zes jaar later niet meer te zijn. De rijksoverheid gaat er inmiddels van uit dat tussen het eerste initiatief en de oplevering van woningen gemiddeld ongeveer tien jaar zit. Juist de plan- en vergunningsfase wordt daarbij genoemd als de grootste bron van vertraging. Tegelijk liggen er plannen voor ruim 900.000 woningen in de pijplijn. Een groot deel moet dezelfde plan- en vergunningsprocedures nog doorlopen voordat de eerste steen kan worden gelegd. In de afgelopen zes jaar hadden deze appartementen al gebouwd kunnen zijn en hadden bewoners er al jaren kunnen wonen. Dat maakt de inrichting van vergunningprocedures onderdeel van de woningnood. De discussie gaat meestal over het tekort aan woningen. Misschien is het tijd om alleen nog te kijken naar de weg die een woning moet afleggen voordat de eerste steen wordt gelegd. #woningnood #vergunningen #bouwen



